April 2025
Drie jaar later geleden vertaalde ik Vreemdelingen op de kade, een autobiografisch essay van Tash Aw over zijn ongemakkelijke gevoelens als iemand die er een westerse levensstijl op nahoudt, maar een kind is van Chinese immigranten uit Maleisië. In dat juweel van een boekje beschreef hij het eenvoudige milieu waarin hij opgroeide, zijn familie, vrienden en de dorpsgenoten uit zijn jeugd. Ze komen de lezer net zo levendig voor ogen te staan als de personages uit zijn romans. Onvergetelijk vond ik het verhaal van zijn grootmoeder, die niet kon lezen of schrijven, maar met wie Aw tot aan haar dood een hechte band had, een stille verstandhouding die uitsteeg boven hun verschil in leeftijd en levensloop.
Het intieme karakter van dat essay lijkt een nieuwe fase in zijn schrijverschap te hebben ingeluid. Het zuiden (verschenen bij De Bezige Bij) is aangekondigd als het eerste deel van een vierdelige romancyclus. In tegenstelling tot zijn eerdere romans wordt er geen compleet levensverhaal uit de doeken gedaan, nauw verbonden met sociale en politieke ontwikkelingen in het land van herkomst. De auteur houdt het klein en beperkt zich in zekere zin tot de klassieke ‘eenheid van handeling, tijd en plaats’. Het verhaal speelt zich af rond een boerderij in het zuiden van Maleisië, waar een Chinese familie uit de grote stad (Kuala Lumpur) een gedenkwaardige, broeierig hete schoolvakantie doorbrengt.

Gedenkwaardig is die vakantie vooral voor de zestienjarige zoon Jay, die zijn eerste (homo-)erotische avontuur beleeft. Zijn ontluikende gevoelens voor Chuan, de oudere en wereldwijze zoon van de huisopzichter, worden met enige terughoudendheid beschreven. Dat is ook niet vreemd, gezien de omstandigheden. Jay lijkt er geen moeite mee te hebben om zijn geaardheid voor zichzelf te accepteren, maar de lezer krijgt genoeg aanwijzingen om te begrijpen dat hij daar thuis en in zijn directe omgeving niet mee te koop moet lopen.
In eerste instantie heeft Jay ook geen idee of Chuan zijn gevoelens kan en wil beantwoorden. Hoe kom je daar achter, als er zo’n taboe op rust? Elk woord komt onder een vergrootglas te liggen en elk stilzwijgen kan van alles beduiden.
Jay heeft gemerkt dat Chuan na zijn nachtdienst in de plaatselijke supermarkt lang niet altijd thuis op de boerderij komt slapen. Brengt hij die tijd misschien door met iemand anders? Daar wil Jay achter zien te komen.

Chuan houdt zich op de vlakte. In de eerste plaats is onduidelijk of hij op een vriend of een vriendin doelt. In het Nederlands bestaat niet echt een alternatief voor dat genderneutrale friend; onze taal dwingt je ertoe om te kiezen. Voor mij als vertaler is dat onhandig: het gaat er nu juist om dat Jay nog even in onzekerheid wordt gehouden. Ik moest dan ook noodgedwongen mijn toevlucht nemen tot een vrije vertaling:

De dubbelzinnigheid van friend compenseerde ik door Chuan te laten spreken over slapen bij, wat in het Nederlands niet alleen spreektalig klinkt, maar ook al vatbaar is voor tweeërlei uitleg. De indruk wordt gewekt dat hij Jay doelbewust aan het lijntje houdt.

Die weloverwogen zwijgzaamheid loopt als een rode draad door het hele boek, want Jay en Chuan zijn niet de enige personages die iets te verbergen hebben. Alle aanwezigen op de boerderij hebben de gewoonte ontwikkeld om gedachten, gevoelens en frustraties voor zichzelf te houden. Dat heeft alles te maken met de voorgeschiedenis van de familie. De geraffineerde opbouw van het verhaal zorgt ervoor dat we steeds beter leren doorgronden wat er allemaal aan de hand is. En langs die weg doet de oplettende lezer zelfs een pijnlijke ontdekking waar geen enkel personage volledig van doordrongen is.
Lees maar, er staat niet wat er staat.